Steun de Voedselbank  

 

Voedselbank maakt zich op voor de Kerstdagen

RODEN – Sinds 2006 beschikt Noordenveld over zijn eigen afdeling van de Voedselbank. Later kwam ook Leek hierbij en ziedaar: Voedselbank Noordenveld/Leek was geboren. In een loods aan de Kanaalstraat te Roden, staan vrijwilligers wekelijks klaar voor hun klanten. Zij stellen pakketten samen, rijden af en aan met etenswaren en producten en doen verder alles wat er nodig is om de Voedselbank draaiende te houden. Jan Peter Kroes is de trotse voorzitter van Voedselbank Noordenveld/Leek en breekt graag een lans voor de organisatie, het initiatief en de tomeloze inzet van de vrijwilligers.
Het is vrijdagochtend tegen elven. In de loods van de Voedselbank in Roden is het fris. Dat heeft niet alleen met slechte isolatie te maken, de deuren gaan ook telkens open en dicht. Vrijwilligers lopen af en aan met zware kratten. Vanmiddag is er weer uitgifte in Roden en Leek, waardoor de vrijwilligers het drukker hebben dan op andere dagen. ‘Wij hebben eens in de twee weken uitgifte’, vertelt Jan Peter Kroes. ‘Dat kan overigens bij iedere afdeling van de Voedselbank anders zijn. Sommige afdelingen hebben maar eens per maand uitgifte, terwijl anderen dat wekelijks hebben’, vervolgt Kroes.
Jan Peter is al een jaar of vijf voorzitter van de afdeling Noordenveld/Leek. ‘Ik ben vroeger werkzaam geweest in de gezondheidszorg. Na mijn pensionering wilde ik dingen blijven doen voor anderen. Uiteindelijk kwam ik bij de Voedselbank terecht. Dat is een buitengewoon goed doel en daar zet ik me dan ook graag voor in.’ De Voedselbank hier in Roden bestaat al meer dan elf jaar, maar dat is niet iets om per se trots op te zijn. ‘Voor veel bedrijven is een jubileum een feestelijke aangelegenheid, maar voor ons natuurlijk niet. Het is goed dat wij er zijn, maar in een ideale wereld zou de Voedselbank niet hoeven bestaan.’
Het  einde van de Voedselbank lijkt desondanks nog lang niet nabij. ‘Wat men zich niet realiseert in Nederland, is dat er maar liefst 700.000 gezinnen onder de armoedegrens leven. Dat zijn 1,2 miljoen mensen die rond moeten komen van een heel beperkt inkomen’, zegt Jan Peter. ‘Veel mensen zijn dan al snel geneigd te zeggen: dat is hun eigen schuld. Maar dat is in veel gevallen niet aan de orde. Het kan met privéomstandigheden te maken hebben, zoals scheidingen, overlijden en ziekte. En vergeet niet dat wij tot 2015 in een economische crisis zaten. Mensen raakten hun baan kwijt, zaten opgescheept met een eigen huis waarvan ze de hypotheek niet meer konden betalen, noem het maar op.’ Het was niet alleen voor Jan Peter –en met hem nog zo’n vijftig vrijwilligers van de Voedselbank Noordenveld/Leek- dé reden om aan de slag te gaan voor de Voedselbank. ‘Mensen in de problemen, moet je helpen’, vindt Jan Peter.
Opmerkelijk is dat de Voedselbank een organisatie is die volledig draaiende gehouden wordt door vrijwilligers. ‘Er staat niemand op de loonlijst van de Voedselbank. Iedereen die zich inzet op één of andere manier, doet dat vrijwillig. Er worden wel kilometervergoedingen verstrekt aan mensen die op eigen vervoer transporten voor ons regelen. Maar vaak zie je dat die vrijwilligers niet eens een beroep doen op die kilometervergoeding. Kun je nagaan’, zegt Jan Peter. Deze onvoorwaardelijke inzet maakt de Voedselbank tot wat die is: een bekende organisatie die alleen al in Drenthe 3500 inwoners de helpende hand biedt.
Niet iedereen die financiële problemen ervaart, heeft recht op hulp van de Voedselbank. ‘Er zijn een aantal criteria waaraan zij moeten voldoen, en daar houden wij ons strikt aan.’ Iemand die alleen woont mag bijvoorbeeld niet meer dan 200 euro per maand verdienen. Voor gezinnen met meer personen geldt, dat er per gezinslid 80 euro bijkomt. Oftewel: een gezin van drie personen, mag maandelijks niet meer dan 360 euro verdienen. Wanneer dit het geval is, kunnen zij klant worden van de Voedselbank. ‘Het is niet makkelijk om hier klant te worden’, waarschuwt Jan Peter. ‘Er wordt terdege gekeken naar de omstandigheden van een gezin en hierbij komt alles op tafel. Iedere afdeling van de Voedselbank heeft mensen die aan ‘screening’ doen. Zij leggen de criteria van de Voedselbank, naast de omstandigheden van de klanten. Het komt dan wel eens voor dat mensen in de problemen zitten, maar toch meer verdienen dan toegestaan is als klant van de Voedselbank. Met hen heb ik bijna meer mededogen dan met onze klanten.’
De waarde van één voedselpakket ligt ongeveer tussen de veertig en vijftig euro, schat Jan Peter. ‘In 2016 werden er in totaal twee miljoen voedselpakketten verstrekt. Dit had een waarde van tussen de veertig en tachtig miljoen euro.’
Bij het samenstellen van de pakketten wordt er uiteraard rekening gehouden met de omvang van het gezin. Van één pakket kunnen de gezinnen doorgaans niet leven. ‘Het is een aanvulling op hetgeen zij wekelijks eten. Het is in negen van de tien gevallen niet genoeg om twee weken van te leven’, aldus Jan Peter. De producten in de pakketten worden landelijk ingezameld en verdeeld over de Voedselbanken. ‘Een groot gedeelte van de producten krijgt de Voedselbank van grote supermarkten zoals Albert Heijn en Jumbo. Dat is ongeveer een derde. Het overige deel komt van de ondernemers en particulieren uit de regio. Wij zijn dus zeer afhankelijk van mensen in de regio. Zo krijgen wij brood van een lokale bakker en aardappelen van een boer uit de regio. De samenwerking met andere Voedselbanken is daarnaast prima. Als wij van een bepaald product niet genoeg hebben, dan vragen we Voedselbanken in de buurt of wij van hen wat mogen hebben. Andersom ook: als wij bijvoorbeeld beschuiten overhouden, dan kunnen wij die aan andere Voedselbanken kwijt. Zo moet je het met elkaar doen’, vindt Jan Peter.
De overkoepelende organisatie van de Voedselbank houdt de kwaliteit van de verschillende afdelingen in Nederland scherp in de gaten. Regelmatig worden er kwaliteitscontroles uitgevoerd en er zijn verscheidene regels waaraan een Voedselbank moet voldoen. ‘Laatst zijn we gecontroleerd op voedselveiligheid. We zijn met vlag en wimpel geslaagd voor die controle en kregen zelfs een 9,2’, vertelt Jo Schoormans, vrijwilliger bij de Voedselbank, trots. Een voldoende voor een dergelijke test  is bijzonder belangrijk, aangezien een afdeling anders de kans loopt gesloten te worden. ‘Gelukkig zijn alle afdelingen van de Voedselbank prima op orde’, zegt Jan Peter. Voedselveiligheid speelt een grote rol binnen de organisatie. ‘Supermarkten van wie wij producten krijgen, willen niet dat wij die uitgeven wanneer de producten over datum zijn. Daar wordt streng op gelet. We leven de regels van de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, red.) na. Dat is wel wat frustrerend, aangezien we soms voedsel moeten weggooien wat nog prima te eten valt. Maar goed, wij moeten ons aan de regels houden.’
In de loods is het nog steeds een komen en gaan van vrijwilligers. ‘Iedereen kent elkaar en weet wat ze van elkaar kunnen verwachten’, zegt Jo. Toch vindt ze ‘gezellig’ niet het goede woord. ‘De sfeer onderling is erg prettig, maar je bent op een dag van uitgifte toch bezig met het helpen van mensen die het moeilijk hebben. Sommige klanten van ons maken dan wel eens een praatje, maar er zijn er genoeg die dat niet doen.’ Jan Peter vult aan: ‘Het belangrijkste is respect. Ik snap dat niet iedereen zit te wachten op een praatje. Dat hebben wij te respecteren en andersom hebben zij ook respect voor ons.’ Privacy heeft de Voedselbank hoog in het vaandel staan. Vandaar dat vriendelijk verzocht wordt voor twee uur ’s middags het pand te verlaten. ‘De klanten vinden het niet prettig dat andere mensen een kijkje komen nemen’, geeft Jo aan. Jan Peter geeft een goed voorbeeld van het privacy-beleid van de Voedselbank. ‘De gemeente is bezig met verduurzamen en zij gaan nu honderd gratis warmtescans laten uitvoeren bij mensen met een smalle beurs. De Energiecoöperatie vroeg ons een lijst met namen en adressen te geven, zodat zij mensen van de Voedselbank konden benaderen voor warmtescans. Op zich een goed idee, maar wij geven die namen niet zomaar op. In plaats daarvan, geven wij de klanten hier flyers mee. Als zij dan geïnteresseerd zijn, dan kunnen ze contact met de Energiecoöperatie opnemen.’
Jan Peter en Jo zien in de weken voorafgaand aan de kerst het aantal producten vaak oplopen. ‘Dat is deels de kerstgedachte’, meent Jo. ‘Maar er komt tevens veel van kerstpakketten en dergelijke. Rondom de feestdagen komt de Voedselbank ook met een bijzonder kerstpakket, dus die producten kunnen we doorgaans goed gebruiken.’ Jan Peter geeft nog een tip: ‘Wij nemen veel producten aan, maar doen niets met alcohol. Als er dus een fles wijn in het kerstpakket zit, hoeven wij die niet te hebben. Voor de rest is bijna alles welkom.’
Zowel Jan Peter als Jo geven bewuster te zijn geworden door de Voedselbank. ‘Je hebt niet zo snel in de gaten wat je zelf allemaal bezit, tot je de situatie van anderen ziet.’ Jan Peter beaamt dat: ‘Als je ziet dat sommige gezinnen met vijftig euro per week rond moeten komen, dan schaam je je kapot. Dat het nog bestaat in Nederland…’